Voorbeelden
Voorbeeld inkomenstoerekening
Karel en Annemarie hebben in 2009 € 12 000 aan hypotheekrente voor hun eigen woning betaald. De bijtelling voor hun woning (het eigenwoningforfait) is € 2000. De aftrekpost is dus € 10 000. Karel valt met zijn inkomen in de laagste schijf van 33,5% van box 1 en verwerkt de aftrekpost in zijn aangifte. Samen krijgen ze zo € 3350 terug van de fiscus. Annemarie valt met haar inkomen in de 52%-schijf. Als zij de aftrekpost in háár aangifte had verwerkt, hadden ze samen € 5200 terugontvangen. Een verschil van € 1850!
Voorbeeld reiskosten
Je reisde in 2009 op 95 dagen naar Arnhem (afstand 25 km) en op 176 dagen naar Ede (afstand 18 km). De aftrek is als volgt:
Arnhem: 95/52 = 1,8 dag per week; aftrek voor twee dagen dus 1/2 x € 933 = € 467..
Ede: 176/52 = 3,4 dag per week; aftrek voor drie dagen, dus 3/4 x € 557 = € 418. Totaal aftrek: € 885.
Voorbeeld eigenwoningforfait
Stel je kocht begin 2009 een nieuwbouwhuis waarvan de WOZ-waarde is vastgesteld op € 270 000; het eigenwoningforfait is in dat geval € 1485. Voor de koop heb je een hypotheek gesloten tegen 5,5% rente (€ 14 850 per jaar). De vaste lasten (gas en elektra, servicekosten e.d.) bedragen ca. € 1600. Je inkomen in box 1 is € 59 000.
• Zonder eigen woning betaal je belasting over € 59 000.
• Met eigen woning betaal je belasting over € 59 000 + € 1485 (eigenwoningforfait) - € 14 850 (hypotheekrente) = € 45 635. Een verschil van € 13 365. Dit levert een belastingvoordeel op van rond de € 6000 (indicatie). De woonkosten bedragen € 14 850 (rente) + € 1600 (vaste lasten) - € 6000 (belastingvoordeel) = € 10 450. Dit komt neer op netto rond de € 870 per maand (bij een brutohypotheekrente van € 1237,50 per maand).
Voorbeeld eigen woning
Alexander koopt een nieuwe woning voor € 340 000 (incl. aankoopkosten). Hij verkoopt zijn oude woning voor € 255 000. Op de oude woning rust een hypotheekschuld van € 140 000. De makelaarskosten voor de verkoop bedragen € 5000. De overwaarde (eigenwoningreserve) bedraagt € 255 000 - (€ 140 000 + € 5000) = € 110 000. Hij besluit € 40 000 van dit bedrag te besteden aan de verhuizing, de inrichting van zijn nieuwe woning en de aankoop van een nieuwe auto. Een bedrag van € 70 000 van de overwaarde wordt dus geïnvesteerd in de nieuwe woning. Daarnaast gaat hij een nieuwe hypothecaire geldlening aan voor € 270 000. Zijn maximale nieuwe eigenwoningschuld is echter: € 340 000 (prijs nieuwe woning) minus € 110 000 (eigenwoningreserve), dat is € 230 000. Dit deel van de hypotheek valt onder de hypotheekrenteaftrek, het restant van € 40 000 vormt een (aftrekbare) box 3- schuld.
Voorbeeld 1 eigenwoningreserve
Je verkoopt je oude woning voor € 575 000. De verkoopkosten bedragen € 5 000 en de eigenwoningschuld bedraagt € 300 000. De overwaarde is dus € 270 000. Je koopt een appartement voor € 325 000 (incl. aankoopkosten), waarvoor je een hypotheek van € 200 000 sluit. Het resterend aankoopbedrag (€ 125 000) betaal je met de opbrengst van de oude woning. Omdat het nieuwe appartement goedkoper is dan de oude woning, mag je eigenwoningschuld maximaal € 300 000 bedragen (de eigenwoningschuld van de vorige woning); de nieuwe lening van € 200 000 blijft daarbinnen en vormt dus de nieuwe eigenwoningschuld. Het verschil tussen het aankoopbedrag en de nieuwe eigenwoningschuld van € 125 000 wordt afgeboekt op je eigenwoningreserve. Deze bedraagt hierna nog € 145 000 (€ 270 000 - € 125 000).
Voorbeeld 2 eigenwoningreserve
Dezelfde situatie (zie Voorbeeld 1 eigenwoningreserve), twee jaar later. Je verbouwt je keuken voor € 25 000. De eigenwoningreserve wordt hierdoor verlaagd tot € 120 000 (€ 145 000 - € 25 000). Het geld dat je voor de verbouwing leent, is een box 3- schuld. Wacht je echter tot vijf jaar na de aankoop van het appartement, dan is de eigenwoningreserve geheel vervallen, waardoor de geldlening voor de verbouwing gewoon weer aftrekbaar is in box 1.
Voorbeeld tweede woning
Je bezit gedurende heel 2009 een tweede woning die je uitsluitend zelf gebruikt. De tweede woning had een WOZwaarde van € 200 000 en ze is voor € 150 000 gefinancierd met een hypotheek. Laat hierbij het heffingsvrij vermogen buiten beschouwing.
• Per saldo zullen de forfaitaire inkomsten in box 3 uit deze tweede woning € 2000 bedragen, namelijk 4% van € 50 000 (€ 200 000 minus € 150 000). Je betaalt hierover € 600 belasting.
• De rente over de schuld van € 150 000 is niet aftrekbaar.
• Verhuur je de tweede woning af en toe, dan heeft dat geen fiscale gevolgen. De huuropbrengst is belastingvrij. Eventuele (extra) kosten die met de verhuur samenhangen, zijn echter niet aftrekbaar.
Voorbeeld aanpassingskosten
• De toiletsteunen à € 600 voor je partner leiden niet tot een waardevermeerdering van jullie woning: volledige aftrek is toegestaan.
• Je laat een extra kamer aan je huis bouwen voor je inwonende invalide broer. Als de aanpassingskosten € 10 000 bedragen, de vergoedingen € 6000 belopen en de waardevermeerdering € 2000 is, bestaat er recht op aftrek van € 2400,
te weten - € 10 000 -/- € 6000 -/- (€ 2000 -/- (10% van € 4000)).
Voorbeeld makkelijker aftrekbare kosten
Jij en je fiscale partner hebben een gezamenlijk drempelinkomen van € 57 000. Jullie hebben recht op aftrek voor extra hulp als voor de gezinshulp meer werd uitgegeven dan 3% van € 57 000, dat is € 1710. Het percentage geldt ook voor een deel van het jaar.
